
04.08.10
In week 31 een serie programma's onder leiding van Harry Mulisch. In de rondetafelgesprekken wordt een antwoord gezocht op de wie- wat- waar- en waarom-vragen van de literatuur. Vragen die nog steeds actueel zijn. Als tafelgenoten o.a. Leo Vroman, Gerrit Krol, Doeschka Meijsing, Jan Wolkers en Hella Haasse. Vanaf 2 augustus 20u00.
2 augustus | 20u00 | Wat is Poëzie?
3 augustus | 20u00 | Wat bedoelt de schrijver?
4 augustus | 20u00 | Hoe schrijft de schrijver?
5 augustus | 20u00 | Engagement in de literatuur?
6 augustus | 20u00 | Waarom schrijft de schrijver?
Wat is Poëzie?
De aanwezige dichters lezen ieder een eigen gedicht voor en
leggen uit wat volgens hen poëzie is. De algemene mening is
dat poëzie een manier is van kijken naar de werkelijkheid, die
een extra dimensie toevoegt.
Ter sprake komen: de magie van de poëzie, de muze van de
dichter/de dichter als muze, en het technische verschil tussen
proza en poëzie.
Tot slot vraagt Mulisch op welk punt de aanwezigen nu zitten
in hun poëzieproduktie.
Afsluitend luistert men naar een geluidsopname van A. Roland
Holst, die "Dit eiland" voordraagt.
Wat bedoelt de schrijver?
Volgens de schrijvers is het vrijwel onmogelijk antwoord te
geven op de vraag wat de schrijver met zijn werk bedoelt,
omdat er vaak meer in zit dan de schrijver zelf weet.
Ze zijn het met elkaar eens dat de bestaande vorm van
literatuuronderwijs, waarbij leerlingen veelal vragen over een
roman of een gedicht moeten beantwoorden en de bedoeling van
de auteur moeten weergeven, niet voldoet. Toch kan
literatuuronderwijs niet zonder meer worden afgeschaft.
Ook literaire kritieken schieten vaak te kort, omdat
recensenten hun eigen interpretatie aan een boek of gedicht
opleggen en zo voorbij gaan aan de eigenlijke bedoeling van
het werk.
Hoe schrijft de schrijver?
Uit de discussie blijkt dat er niet één manier van schrijven
is. De aanwezigen beginnen bijv. allemaal op een andere
manier: Haasse loopt soms jaren rond met een vage gedachte
voor ze ertoe komt te schrijven. Alberts begint altijd met de
laatste zin en Meijsing met een woord in haar hoofd waarbij ze
steeds meer beelden krijgt. 't Hart begint met beelden,
terwijl Mulisch altijd twee beelden die op het eerste gezicht
niets met elkaar te maken hebben met elkaar wil verbinden.
Ook het opdoen van ervaringen waarover wordt geschreven is
voor iedereen anders. De meesten zijn het er echter wel over
eens dat een schrijver niet noodzakelijkerwijs iets aan den
lijve ondervonden hoeft te hebben om erover te kunnen
schrijven.
Engagement in de literatuur?
De aanwezigen discussiëren over de status van schrijvers in
Nederland in vergelijking met andere landen: in Latijns
Amerika is een schrijver bijv. veel meer een publieke figuur,
in de USSR heeft het geschreven woord een veel hogere status
dan in het westen.
Verder komt engagement aan de orde. Schrijvers moeten liefst
wel geëngageerd zijn. Ze mogen zelfs fout geëngageerd zijn,
zoals Céline of Ezra Pound, omdat vaak pas in een historisch
perspectief duidelijk wordt wat goed of fout is. Dat de
huidige schrijvers minder geëngageerd lijken dan in de jaren
'60 komt doordat de wereld verwarrender is geworden. Veel
schrijvers voelen een onvermogen verslag te doen van de wereld
waarin ze leven, en zijn daarom geneigd meer over zichzelf te
schrijven dan over de wereldproblematiek.
Ook de vraag of fictie geschikt is om een mening over te
brengen wordt besproken. Mulisch stelt dat "Max Havelaar" van
Multatuli als geëngageerde roman is mislukt, maar daarover
verschillen de meningen.
Waarom schrijft de schijver?
De aanwezige schrijvers noemen verschillende redenen om een boek te schrijven, zoals de wens een verandering aan te brengen in de maatschappij, het vinden van rust, jezelf ontstijgen, maar ook geld verdienen.
Mulisch noemt vier punten die volgens de Engelse auteur George Orwell kenmerkend zijn voor een schrijver: egoïsme, de wens iets moois te scheppen, de wens dingen te zien zoals ze zijn en ze vast te leggen voor het nageslacht, en de wereld veranderen. De schrijvers kunnen zich hier in vinden, maar
noemen ook angst, waaronder angst voor de dood, als reden om te schrijven.