
24.01.09
Santa Caecilia
Santa Caecilia is de beschermheilige van de muziek. Haar feestdag, 22 november, werd ook in Engeland gevierd. Zo klonk op 22 november 1739 Händels Ode for St Caecilia’s Day. Een feestelijk werk, waarin Händel de vele mogelijkheden tot tekstuitbeelding die tekstdichter John Dryden hem bood met beide handen aangreep. Dat hij in het eerste koor leentjebuur speelde bij collega Muffat zal Caecilia hem vast vergeven hebben.
G.F. Handel
Wie naar Rome gaat, zou eens de kerk Santa Caecilia in Trastevere moeten bezoeken. Daar kan men via de crypte afdalen naar een indrukwekkend Romeins patriciërshuis, volgens de legende dat van de heilige Caecilia, die in 230 vanwege haar christelijk geloof ter dood is gebracht. In de kerk ziet men onder het altaar in een glazen kist het ontroerend mooie beeld dat Stefano Maderno in 1600 maakte van de martelares. Het jaar daarvoor was haar graf geopend en had men er het lichaam in geheel onaangetaste conditie aangetroffen. Het beeld laat Caecilia zien in de oorspronkelijke liggende houding, met in haar hals de verwondingen door het zwaard van de beul. De arme Caecilia heeft om haar overtuiging vreselijk geleden: haar in kokend water te verdrinken mislukte, en toen vervolgens werd besloten haar te onthoofden, moest men het na drie pogingen (het wettelijk toegestane maximum) opgeven. Uiteindelijk bloedde de heilige dood.
J.S. Bach
Cantate 'Auf, schmetternde Töne der muntern Trompeten'
Nog uitbundiger gaat het toe in Bachs Auf, schmetternde Töne der muntern Trompeten. In deze vorm, gecomponeerd in 1735 voor de verjaardag van August III van Saksen, is het werk een bewerking van een eerder gecomponeerde cantate. Bovendien greep Bach tot twee keer toe terug op zijn Eerste Brandenburgse concert.
Johann Sebastian Bach schreef een dozijn feestelijke odes ter ere van Friedrich August II, keurvorst van Saksen en (als August III) tevens koning van Polen, hoewel hij deze composities niet als ‘ode’ aanduidde maar doorgaans als Dramma per musica. Naar de vorm zijn het cantates met een groots openings- en slotkoor en daartussen recitatieven en aria’s voor vier solisten. De componist voerde de werken uit met het door Telemann in diens studietijd opgerichte Collegium Musicum uit Leipzig, een op hoog niveau spelend ensemble van studenten en beroepsmusici. Elke vrijdagavond speelden zij in Zimmermanns Coffé-Haus, ’s zomers ook wel buiten in een tuin van diezelfde Zimmermann.
Voor de naamdag van August op 3 augustus (waarschijnlijk 1735) recyclede Bach in Auf, schmetternde Töne der muntern Trompeten niet alleen twee delen uit zijn Eerste Brandenburgs concert, maar ook het leeuwendeel van de wereldse cantate Vereinigte Zwiedracht der wechselnden Saiten, BWV 207, volgens het procedé dat ‘parodie’ wordt genoemd. In deze context betekent dat niet een spottende nabootsing maar het plaatsen van een nieuwe tekst op bestaande muziek. Het derde deel (Allegro) uit ‘Brandenburg I’ leverde het basismateriaal voor het openingskoor, en werd van F (de toonsoort van de hoorns) getransponeerd naar D (de toonsoort van de trompetten); omwille van de tekstplaatsing kreeg het thema een opmaat toegevoegd.
De bezetting met drie trompetten, pauken, drie hobo’s en strijkers is koninklijk. Het door de instrumentale compositie heen gevlochten koor klinkt alsof het daar altijd al geweest was, een typisch staaltje van Bach-meesterschap. Net als in Händels Ode for St Cecilia’s Day krijgen muziekinstrumenten extra reliëf: de trompetten, de ‘donderende’ pauken, de ‘bekoorlijke’ snaarinstrumenten en fluiten.
LIVE Uitzending op Cultura:
zaterdag 24 januari om 14.10- 16.30 uur
Programmering:
Ode for St. Cecilia's Day - Georg Friedrich Handel
Auf, schmetternde Töne der muntern Trompeten BWV207a - J.S. Bach
Uitvoerenden:
Amsterdam Baroque Orchestra & Choir onder leiding van Ton Koopman
solisten: Faye Newton, sopraan - Maarten Engeltjes, countertenor - Bernhard Berchtold, tenor - Klaus Mertens, bas-bariton.