Hoofdnavigatie


Week 6, woensdag 8 februari 2012, 15:10

Zoeken zoek in cultura

Michael Slory

Michael Slory

Michaël Arnoldus Slory (Totness (district Coronie in Suriname), 4 augustus 1935) geldt als een van de belangrijkste dichters in het Sranan.

Slory studeerde Spaans in Nederland en begon met drie bundels met overwegend politieke poëzie bij Uitgeverij Pegasus te Amsterdam: Sarka/ Bittere strijd (1961; onder het pseudoniem Asjantenoe Sangodare en met een inleiding van Theun de Vries), Brieven aan de Guerrilla (1968) en Brieven aan Ho Tsji Minh (1968). Hij keerde naar Suriname terug - Theun de Vries verklaarde hem voor gek toen hij daartoe besloot - en schreef vanaf 1970 nog uitsluitend in het Sranan, te beginnen met Fraga mi wortoe (1970), een titel die letterlijk betekent: Vlag, mijn woord, maar die Slory vertaalde met: Laat mijn woorden klinken. Een twintigtal uitgaven in het Sranan volgde. Slory heeft altijd de sociale en politieke actualiteit poëtisch van commentaar voorzien, niet enkel die van Suriname, maar van geheel Latijns-Amerika en zelfs die van ver daarbuiten: Vietnam (1972).

Hij heeft geëxperimenteerd met sonnetten en kwatrijnen, bijvoorbeeld in Firi Joesrefie (Voel jezelf, 1971) en in Pikin aksi e fala bigi bon (Een kleine bijl doet een grote boom vallen, 1980). Slory schrijft in 'diep' Sranan zonder leenwoorden en met veel odo's (spreekwoorden) en veel van de Coroniaanse taal.

ln zijn bundels schrijft hij geregeld over de natuur en over de schoonheid van de zwarte vrouw, bijvoorbeeld in Nengre-oema (Negervrouw, 1971). Vooral voor zijn bijna klassieke liefdesgedichten in Efu na Kodyo Efu na Amba Efu na Romeo Efu na Julia Amir nanga ... (Of het nou Kodyo is Of Amha Of Romeo Of Julia Amir en..., 1984) ontving hij de Literatuurprijs van Suriname 1983-1985.

Zijn werk wordt vaak moeilijk gevonden en misschien is het daarom dat de dichter - die nog vijf andere bekroningen kreeg - zich miskend voelt. Feit is dat grondige kennis van het Sranan doet inzien dat zijn schijnbaar zo vluchtige observaties een grote taalrijkdom bevatten.

In de jaren tachtig nam Slory afstand tot het Sranan en is hij in het Spaans en Nederlands gaan schrijven. Volledig in het Spaans (voor het eerst in de Surinaamse letteren) is Poemas contra la agonía (Gedichten tegen de angst/ doodsstrijd, 1988).

Slory schreef in het Sranan ook enkele katernen met Kerst- en Paasgedichten, een bundel kinderverzen en ook korte prozastukken die voornamelijk verschenen in het dagblad De Ware Tijd. Zijn werk is buiten Suriname moeilijk hereikhaar, maar in 1991 verscheen een grote bloemlezing uit zijn werk, samengesteld door Michiel van Kempen: Ik zal zingen om de zon te laten opkomen. John-Albert Jansen maakte in 1996 voor de NPS een televisiefilm over Slory onder de titel En nu de droom over is....

Slory is altijd onafhankelijk gebleven; ongehuwd en niet aan enige politieke partij verbonden.

Cultura links