
Wolfgang Amadeus Mozart werd op 27 januari 1756 geboren in het Oostenrijkse Salzburg. Zijn vader Leopold Mozart was musicus en componist en gaf de kleine Mozart zijn eerste muzieklessen. Al vroeg bleek dat Mozart en zijn zus Nannerl muzikaal zeer begaafd waren. Beiden waren vanaf kleins af aan achter het klavier te vinden en wanneer Leopold zijn dochter les gaf, was de jongste telg niet bij de piano weg te slaan. Al snel speelde hij melodietjes na die Nannerl moest oefenen van haar vader. Vanaf zijn vierde jaar kreeg Wolfgang les van zijn vader en al snel raakte hij ook geïnteresseerd in het componeerwerk van zijn vader. Het fascineerde hem dat je ‘noten kon tekenen’ die dan vervolgens een melodie weergaven die je weer zelf kon spelen. Wolfgangs eerste composities zijn opgetekend door zijn vader, omdat de jongen nog te klein was zelf te schrijven, daarom is niet geheel duidelijk in hoeverre de corrigerende hand van zijn vader een rol heeft gespeeld in deze eerste composities. Echter, vanaf 1761, Mozart is dan vijf jaar, schreef hij zijn eigen werkjes. Hoewel zijn vader hem misschien wat geholpen heeft, kan worden gesproken over juweeltjes van compositiekunst, gemaakt door een peuter!
Niet alleen op het gebied van componeren maakte Wolfgang vorderingen, ook in zijn pianospel ging hij met rasse schreden vooruit. In het jaar 1761 maakt Leopold Mozart samen met zijn kinderen hun eerste ‘kunstreis;’ via München gaan ze naar Wenen waar Wolfgang zijn eerste pianoconcerten geeft. Leopold Mozart is vol lof over zijn twee getalenteerde kinderen en de positieve ontvangst van de concerten in de Oostenrijkse hoofdstad brengt hem nog meer eer. Deze reis was slechts een kleintje in vergelijking tot de reis in de zomer van 1763. Diverse steden in Duitsland, Frankrijk en Oostenrijk worden aangedaan. In Parijs resideert het gezelschap langer dan in de andere steden, maar dit had een reden. De Franse hoofdstad was immers zo’n grote muziekstad, dat hier werd kennisgemaakt met het muziekleven en een stel vooraanstaande musici. Voor de publicatie van Mozarts eerste gedrukte composities was het contact met Johann Schobert erg belangrijk. Maar het hoogtepunt van zijn bezoek aan Parijs was het nieuwjaarsbezoek bij Lodewijk XV op zijn Paleis te Versailles. Mozarts vader had zich nog nooit zo vereerd gevoeld: zijn zoon, op bezoek bij de Franse koning!
In 1764 werd het Europese vasteland verlaten en trok Wolfgang Mozart naar Engeland. Voor het jaar dat hij hier verbleef werden grote financiële resultaten geboekt en schreef de componist zijn eerste symfonieën. In de nazomer van 1765 trokken Mozart en zijn familie richting Nederland waar veel concerten werden gegeven tegen hoge bedragen, een concert kostte 3 gulden per persoon! (Hierbij dient men te beseffen dat voor een werkmansbroek 1 stuiver betaald hoefde te worden.) Mozart schreef verschillende opdrachtcomposities in naam van prins Willem V en ook variatiewerken over het Wilhelmus en een symfonie ontstonden in de Lage Landen. De kleine Mozart had er dus op 11-jarige leeftijd al een hele carrière op zitten!
Vanaf 1769, toen was Mozart 13 jaar, kreeg hij zijn eerste officiële aanstelling: concertmeester van de aartsbisschoppelijke hofkapel in Salzburg. In eerste instantie viel het werk hem zwaar, maar het was een uitdaging en hij componeerde mooie stukken. In de winter van 1769 werd het weer tijd voor een volgende tournee, dit keer trokken Mozart en zijn vader richting het zuiden van Europa: Italië was het reisdoel. In het voorjaar van 1770 bereikten ze Rome waar Mozart luisterde naar een uitvoering van de Miserere van Allegri, dat hij vervolgens by memory naschreef, geen geringe taak van een jongen van 14 jaar.
Pas in 1772 keerden Mozart en zijn vader definitief terug naar Salzburg waar Wolfgang eindelijk een echt jaarsalaris van 150 gulden kreeg. Dit maakte hem tot een jonge vakman en niet meer slechts het wonderkind dat componeerde en piano speelde. Hij moest zich gaan bewijzen tegenover collega’s en zijn onbekendheid met de zakelijke kanten van het bestaan als musicus, braken hem dan ook op. Rond 1775 en 1776 kende hij periodes van succes, zowel als componist als pianist, maar ook periodes waarin hij nauwelijks geld had en op een houtje moest bijten. (Eén van zijn slechte eigenschappen was dat hij een enorm gat in zijn hand had.)
Vanaf het begin van de jaren 1780 werd Wenen steeds belangrijker voor Mozart. Hij woonde er de helft van de tijd en in 1782 trouwde hij er met Konstanze Weber. Samen kregen zij zes kinderen van wie slechts twee zoons bleven leven. De stad Wenen had grote invloed op de 24-jarige Mozart, het was immers de stad van vele andere bekende componisten, of reeds geweest. Bach, Händel en Haydn, hun repertoire was wel bekend in Oostenrijk en met de jaren oudere, en ook al veel bekendere Haydn kon Mozart het goed vinden. Het onafhankelijke bestaan dat Mozart leidde was benijdenswaardig, een vaste aanstelling aan het hof of andere meester was toch wel gewenst. Echter, Mozart hield zijn hoofd boven wat zonder werkgever en leefde van de ‘hand in de tand.’ Toch was dit leven, volgens 18e eeuwse maatstaven was hij ‘werkloos,’ niet altijd even bevorderlijk voor zijn naam en faam. Hij componeerde immers alle muziek voor zichzelf, wat hij zelf mooi vond en graag aan het publiek wilde laten horen en niet omdat zijn werkgever het zo wilde hebben of enkel als opdrachtcompositie. Deze ‘artistieke vrijheid’ was een situatie waarin men zich in deze tijd nog maar moeilijk kon vinden.
In 1789 trok Mozart naar Noord-Europa in de hoop daar meer waardering te krijgen voor zijn werk en voor zichzelf, als persoon. Maar het mocht niet baten, financiële malaise en een afnemende lichamelijke gesteldheid brachten hem jaren met kommer en kwel. Zijn laatste grote werken Die Zauberflöte, het Klarinetconcert KV 622 en zijn Requiem KV 626 (onvoltooid) zijn door hem gecomponeerd ter afleiding van al zijn zorgen. Een afleiding die niet de minste muziek heeft opgeleverd! Op 19 november 1791 werd Mozart echter zieker dan hij daarvoor ooit geweest was. Hij voelde dat zijn eind nabij was, op 4 december sprak hij: ‘Ich hab schon den Totengeschmack auf der Zunge.’ De nacht daaropvolgend overleed het (waarschijnlijk) grootste muziekgenie dat de Westerse muziekgeschiedenis gekend heeft, op 35-jarige leeftijd.