
Schrijver Simon Vinkenoog is zondagochtend 12 juli 2009 op 80-jarige leeftijd in zijn woonplaats Amsterdam overleden.
Simon Vinkenoog werd in Amsterdam geboren en groeide op bij zijn alleenstaande moeder in De Pijp. In 1944 behaalde hij zijn mulo-diploma. Op 21-jarige leeftijd begon hij het Nederlandse literaire blad Blurb. In de periode 1950-51 verschenen van dit blad acht nummers, gestencild en in kleine oplage. Tot nr. 4 gaf Vinkenoog het tijdschrift vanuit Parijs als eenmanspublicatie uit. Daarna werkten andere experimentele schrijvers mee, zoals Hans Andreus, Armando, Hugo Claus, Jan Hanlo, W.F. Hermans en Hans Lodeizen. Samen met Braak luidde Blurb het tijdperk van de Vijftigers in.
Hij woonde acht jaar in Parijs, waar hij zeven jaar (van 1949 tot 1956) werkzaam was bij de UNESCO. In 1950 debuteerde hij als dichter met Wondkoorts in de poëziereeks De Windroos.
In de vijftiger jaren raakte Vinkenoog geinspireerd door de poëzie van de amerikaanse Beat Generation: "de ontmoeting met Allen Ginsberg, Gregory Corso en Peter Orlovksy in het Amsterdam van 1957 was voor mij van doorslaggevend belang: de vertaling van Ginsberg’s Howl een uitdrukking van de verwantschap." Vinkenoog kon de eerste Nederlandse Beat dichter genoemd worden.
Vinkenoog deed veel ervaring op met hallucinogene middelen. Oprichter Ted Klautz van het esoterische tijdschrift Bres vroeg hem in 1968 om een artikel over LSD. Tot 2004 volgde een lange reeks bijdragen in de rubriek Wereld in beweging.
In 2004 werd hij gekozen tot Dichter des Vaderlands ad interim, maar dit werd door de initiatiefnemers NRC Handelsblad, NPS en Poetry International niet erkend.
Begin 2006 had hij samen met de eenmansband Spinvis een nieuw project, waarbij Vinkenoog gedichten voorlas. Hiervan is een cd verschenen, genaamd Ja!. In juli 2008 verscheen de opvolger, Ritmebox.
Bij de Tweede Kamerverkiezingen 2006 was Vinkenoog lijstduwer voor de partij Groen Vrij!, die legalisatie van cannabis propageerde. Dit leidde niet tot een kamerzetel, maar leverde hem wel de bijnaam "wietambassadeur" op.
Eden was de naam van zijn tuinhuis op het volkstuinenpark Buitenzorg in Amsterdam-Noord. Simon Vinkenoog en Edith woonden er jaarlijks vanaf het voorjaar tot in oktober. Op het park was hij altijd aanwezig bij de opening van tentoonstellingen en speelde mee met de bingo in de kantine. Zijn naaste buren en vrienden op het tuincomplex zullen de aparte bewoner van nummer 25 missen.
Vinkenoog trad zesmaal in het huwelijk, de laatste keer op 1 september 1989 met Edith Ringnalda (Amsterdam, 5 juli 1954). Simon Vinkenoog had vijf kinderen.
Overlijden
Vanwege problemen met de bloedvaten en ondraaglijke pijn werd op 19 juni 2009 in het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis in Amsterdam het rechteronderbeen van Vinkenoog geamputeerd. Hoewel artsen hem vanwege zijn leeftijd niet in staat achtten tot revalidatie met een prothese, en hem voorbereidden op een rolstoel en opname in een verpleeghuis, was Vinkenoog vastbesloten weer te kunnen lopen met een kunstbeen. Hij herstelde aanvankelijk goed en hoopte om "met Edith aan mijn zijde bij mooi weer mijn 81ste verjaardag [...] in het tuinpark [te] vieren met enkele uitverkoren vrienden en verwanten.", maar op 10 juli 2009 kreeg hij in het Revalidatiecentrum Amsterdam (RCA) aan de Overtoom een hersenbloeding en raakte in coma. Vrijwel direct was duidelijk dat de situatie uitzichtloos was. Door een grote hoeveelheid bloed in de hersenen waren alle functies, behalve hartslag en ademhaling, uitgevallen. Vinkenoog overleed op 12 juli 2009 om 1:40 in het VU medisch centrum in Amsterdam. Hij zal op 18 juli 2009 worden begraven op de Begraafplaats Sint Barbara in Amsterdam.
Bron: Wikipedia