
Joseph Conrad
Eig. Józef Teodor Konrad Korzeniowski; Brits schrijver (Berdichev, 3 december 1857 - Bishopbourne, 3 augustus 1924)
Conrad werd geboren in Berdichev (Oekraïne), in een regio die ooit Pools grondgebied was geweest, maar op dat moment door Rusland werd bezet. Zijn vader Apollo Korzeniowski was een dichter en vertaler van Franse en Engelse literatuur. Onder zijn impuls las de jonge Conrad ondermeer Dickens en Shakespeare in Franse en Poolse vertaling.
Wanneer zijn vader zich begon in te laten met Pools-nationalistische activiteiten, werd de familie (Conrad was enig kind) verbannen naar Volgoda, in het noorden van Rusland. Daar verloor Conrad vrij snel achter elkaar zijn ouders aan tbc en werd hij naar Zwitzerland gestuurd, om door zijn oom van moederszijde Tadeusz Bobrowski verder opgevoed te worden.
Op de leeftijd van vijftien schokte Conrad zijn pleegfamilie door aan te kondigen dat hij zeeman wou worden en dat voornemen een jaar later ook echt door te voeren. Hij nam een trein naar Marseille waar hij in 1874 als gewoon zeeman aan boord van een Frans handelsschip ging. In 1878 stapte hij over naar een Engels schip en begon zichzelf de taal te leren (hij deed dat door zowel de „Times“ als Thomas Carlyles „Sartor Resartus“ te lezen). In 1886 werd hij een Brits onderdaan en veranderde zijn naam in Joseph Conrad. Langzaam klom Conrad, die voortdurend schulden maakte en geld nodig had om ze af te betalen, omhoog van gewoon zeeman tot kapitein. Na verscheidene reizen naar Centraal-Afrika, India, Zuid-Amerika, Australië en het Verre Oosten gemaakt te hebben, kreeg hij in 1888 voor de eerste keer het commando over een schip (de Otago) toegewezen.
In 1990 voer hij in dienst van de Belgische koning Leopold II met een stoomboot, die opnieuw onder zijn commando stond, naar de Stanley Falls in Belgisch Kongo en was daar getuige van „the vilest scramble for loot“ die hij ooit had gezien – een ervaring die niet alleen de gebeurtenissen in de novelle „Heart of Darkness“ (1899), maar ook zijn visie op het leven in verregaande mate zou bepalen.
Omdat de reis van het schip waar Conrad vervolgens op mee zou varen, werd afgelast, vond de auteur opeens de tijd om zijn roman, „Almayer’s Folly“ (1895), waaraan hij al vijf jaar lang aan het schrijven was, af te maken. In 1894 werd het manuscript aangenomen door Fisher Unwin, waarna de schrijver zich in Londen vestigde en op de leeftijd van 36 een carrière als schrijver begon.
Achtereenvolgens verschenen o.a. „An Outcast of the Islands“ (1896), „Tales of Unrest“ (1898), „Lord Jim“ (1900) en „Youth: A narrative; and two other stories“ (1902, met daarin „Heart of Darkness“), maar het was vooral zijn roman „Nostromo“ (1904) die zijn critici zou overdonderden – vandaag staat de roman nog steeds bekend als Conrads beste.
Ondertussen was de auteur in 1896 getrouwd met de 16 jaar jongere typiste Jessie George, waarmee hij twee zonen kreeg. Conrad zou de rest van zijn leven niets anders meer doen dan schrijven, ook al hadden hij en zijn vrouw nauwelijks genoeg geld om hun levensstijl te rechtvaardigen en moesten ze met schrijfbeurzen en voorschotten van uitgevers proberen rond te komen. Het schrijven zelf leek daarnaast een echte beproeving geweest te zijn voor Conrad, omdat hij erg traag schreef en tijdens het schrijven vaak te kampen had met frustraties en depressies.
Onlangs is de biografie De vele levens van Joseph Conrad verschenen. De auteur kreeg toegang tot nooit eerder gepubliceerde brieven en documenten.