
Johannes Brahms (1833 - 1897) werd geboren in Hamburg als zoon van een contrabassist. Hij interesseerde zich echter al op vroege leeftijd voor de piano, waardoor zijn vader zich nogal wat materiële offers moest getroosten voor de muziekopleiding van Johannes, die zich al snel ontpopte tot een wonderkind. Op zijn tiende jaar werd hij door een impresario zelfs uitgenodigd voor een tournee door Amerika, hetgeen door zijn leraren echter werd afgeslagen omdat het zijn ontwikkeling zou verstoren. Het gezin Brahms leefde in armoede en op zijn dertiende was Johannes gedwongen in kroegen en nachtclubs te spelen om wat broodnodige inkomsten binnen te brengen. Enkele jaren later begon hij te componeren en kreeg hij de gelegenheid een mannenkoor te dirigeren. Zijn faam groeide, ook als pianist en hij gaat op tournee in Hongarije, Polen, Nederland, Rusland, Denemarken, Frankrijk, Oostenrijk, Zwitserland, Engeland en Duitsland. Uiteindelijk kreeg hij zoveel uitnodigingen om zijn eigen muziek te dirigeren dat hij moest selecteren. In 1897 overleed hij als gevierd componist in Wenen aan leverkanker.
De muziek van Brahms wordt vaak omschreven als georiënteerd op de klassieke stijl van Bach en Beethoven. De eerste symfonie van Brahms heeft zelfs als bijnaam 'de Tiende van Beethoven'. Toch was Brahms één van de laatste grote Romantische componisten. In zijn werk zijn ook veel volkse invloeden te horen, bijvoorbeeld in zijn Hongaarse dansen.