
23.07.07
Zonder uitvoerende musici zou Mozart niet meer bestaan, maar bijna nooit lees je wat zijn muziek voor hen betekent. Voor het eerst een boek over de fascinatie van musici voor Mozart. Waarom gaat Mozart nooit vervelen? Hoe moet Mozart uitgevoerd worden? Waarom is het zo moeilijk om Mozart te spelen? Wat is de magie van Mozart?
In zesendertig interviews wordt Mozart vanuit steeds wisselende invalshoeken belicht. Aan het woord komen Elly Ameling, de grand old lady van de Mozart-liederen; Janine Jansen, die dol is op Mozarts vioolconcerten; Frans Brüggen, voor wie alle Mozart-symfonieën instrumentale opera's zijn; Ronald Brautigam, die Mozart het liefst op pianoforte speelt; mezzosopraan Tania Kross, die spannende avonturen beleefde in Mozarts slaapkamer; Isabelle van Keulen, die in haar eentje de Sinfonia concertante voor viool én altviool opnam; Charlotte Margiono, beroemd geworden met Mozart-opera's onder Harnoncourt; Jaap van Zweden, volgens wie Mozart enorm onder zijn vader Leopold heeft geleden; Rian de Waal, die de pianosonate van Mozart haat, maar Don Goivanni als de 'opera der opera's' beschouwt, en vele anderen. De interviews hebben het karakter van 'dubbelportretten', die soms evenveel over de musicus als over Mozart zeggen. In talloze briefcitaten laat ook Mozart zélf zijn stem horen.

Zonder uitzondering houden de geïnterviewde musici van Mozart, maar tegelijkertijd zijn ze er ook een beetje bang voor. Mozarts muziek is van een geniale eenvoud en puurheid. Juist daarom is Mozart van alle componisten het moeilijkste om uit te voeren. Mozart is de ultieme toetssteen voor de kwaliteit van een musicus.
In het boek lopen de discussies hoog op, want Mozart kan op verschillende manieren benaderd worden. Sinds de jaren zeventig staan de specialisten van het 'authentieke' kamp en de traditionalisten van het 'moderne' kamp lijnrecht tegenover elkaar, maar de tijd lijkt rijp voor een muzikale synthese.
Kijk voor meer informatie op http://www.nieuwamsterdam.nl/overmozartgesproken